Bovag verhuurvoorwaarden fiets


Algemene verhuurvoorwaarden BOVAG Fietsbedrijven (fiets / ebike (m.u.v. high speed ebike))

Deze Algemene Voorwaarden van BOVAG Fietsbedrijven zijn tot stand gekomen in overleg met

de Consumentenbond en de ANWB in het kader van de SER Coördinatiegroep

Zelfreguleringsoverleg (CZ) en treden in werking per 1 mei 2016.

DEFINITIES

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

fiets: een twee- of meerwielig voertuig dat wordt aangedreven door spierkracht via pedalen

en dat een snelheid heeft van maximaal 25 km/uur inclusief de accessoire(s) die worden

gehuurd;

huurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als huurder de huurovereenkomst sluit;

verhuurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon lid van BOVAG Fietsbedrijven die als

verhuurder de huurovereenkomst sluit;

consument: de huurder die een natuurlijk persoon is en de huurovereenkomst heeft gesloten

voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;

schade van de verhuurder: de vermogensschade die verhuurder lijdt als gevolg van:

beschadiging (inclusief abnormale slijtage) of vermissing van de fiets, of van toebehoren (zoals

een sleutel), of van fietsonderdelen. Tot deze schade behoren onder meer de kosten van

vervangen van (toebehoren en onderdelen van) de fiets en het derven van huurinkomsten;

berijder: de feitelijk bestuurder van de fiets;

schriftelijk: in geschrift of elektronisch.

Artikel 1 – Toepasselijkheid

Deze algemene voorwaarden gelden voor huurovereenkomsten van fietsen tussen verhuurder

en huurder.

Artikel 2 - Het aanbod

1. Huurder mag kiezen of verhuurder een aanbod schriftelijk of mondeling doet.

2. Een aanbod mag herroepen worden als het aanbod afhankelijk is van de beschikbaarheid

van een fiets. Anders kan het aanbod 14 dagen lang niet herroepen worden. Het aanbod

kan direct na uitbrengen worden aanvaard.

3. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van:

- de fiets;

- de huurtermijn;

- de huursom;

- de wijze van betalen;

- de mogelijk bijkomende kosten;

- de hoogte van het eigen risico, of dit eigen risico kan worden afgekocht of niet

- de eventuele waarborgsom of andere manier van het stellen van zekerheid. Deze

waarborgsom bedraagt maximaal €50,- en kan contant of op een andere wijze worden

betaald;

- het feit dat aanvaarding van het aanbod niet vrijblijvend is.

4. In het aanbod staan de openingstijden van het bedrijf en het telefoonnummer waarop het

bedrijf te bereiken is.

5. Bij het aanbod zitten deze algemene voorwaarden. Lukt het niet deze mee te geven bij het

aanbod, dan worden de algemene voorwaarden in principe bij het sluiten van de

overeenkomst meegegeven, maar bij een telefonisch gemaakte huurafspraak volgen ze

later.

Artikel 3 - De overeenkomst

1. De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod. De verhuurder

bevestigt de mondelinge overeenkomst schriftelijk, maar als dat niet gebeurt, blijft de

afspraak wel staan.

2. De huurovereenkomst geldt voor de periode en het tarief zoals op de huurovereenkomst

staat of zoals op een andere manier overeengekomen. De huurovereenkomst vermeldt dag

en tijdstip waarop de huurperiode begint en eindigt.

Artikel 4 – Ontbinding (bedenktijd)

Huurders hebben gedurende 14 dagen na het tot stand komen van de huurovereenkomst een

ontbindingsrecht. Dit geldt niet als de huurovereenkomst is gesloten in direct contact tussen

verhuurder en huurder binnen een verkoopruimte, bijvoorbeeld aan de verhuurbalie. Het geldt

ook niet wanneer de huur met instemming van de consument tijdens de bedenktijd al is

uitgevoerd en de consument heeft ingestemd met het feit dat er geen ontbindingsrecht geldt.

Is de huur tijdens de bedenktermijn met instemming van de consument gedeeltelijk

uitgevoerd, dan geldt dat de consument de dienst naar rato betaalt bij ontbinding tijdens de

bedenktijd.

Artikel 5 - De prijs en de prijswijzigingen

1. De huursom en eventuele bijkomende kosten worden vooraf overeengekomen. Dit geldt

ook voor de eventuele mogelijkheid om tussentijds de prijs te kunnen veranderen. De

huursom komt duidelijk op de huurovereenkomst te staan.

2. Als binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een prijswijziging optreedt,

heeft deze geen invloed op de afgesproken prijs.

3. De consument mag de overeenkomst ontbinden als de prijs omhoog gaat ná drie maanden

na het sluiten van de overeenkomst, maar voordat de huurperiode is begonnen.

4. Het tweede lid is niet van toepassing op prijswijzigingen die uit de wet voortvloeien, zoals

een verhoging vanwege btw.

5. Alleen kosten die afgesproken zijn, kunnen aan huurder in rekening worden gebracht. Wel

moet de huurder als daar een reden voor is aan de verhuurder schadevergoeding betalen.

Artikel 6 - De huurperiode en de overschrijding van de huurperiode

1. Huurder moet de fiets uiterlijk op de dag en tijd waarop de huurperiode eindigt

terugbrengen. Het adres staat op de huurovereenkomst. Is er een ander adres afgesproken,

dan moet de fiets daar op tijd worden gebracht. Verhuurder moet de fiets, tijdens

openingstijden, in ontvangst nemen.

2. De huurder mag de fiets slechts met toestemming van de verhuurder buiten openingstijden

of op een ander adres terugbrengen.

3. Komt de fiets niet volgens afspraak terug na het einde van de (eventueel verlengde)

huurperiode, dan kan de verhuurder de fiets onmiddellijk terugnemen. De contractuele

verplichtingen van de huurder blijven bestaan tot het moment dat de fiets aan de

verhuurder terug is gegeven.

4. Als huurder de fiets niet op tijd inlevert, mag de verhuurder de huurder 20% van de

daghuurprijs in rekening brengen voor elk uur dat de fiets te laat terug komt. Na

overschrijding met vijf uur kan per dag tot 1½ keer de daghuurprijs in rekening worden

gebracht. Daarnaast kan de verhuurder om een vergoeding voor schade vragen, zowel voor

schade die bestaat, als voor schade die nog zal volgen. Als het onmogelijk is en blijft de

fiets terug te geven, dan wordt geen hogere huurprijs in rekening gebracht. De verhoging

van de huurprijs geldt niet als huurder aantoont dat de overschrijding van de huurtermijn

het gevolg is van overmacht.

Artikel 7 - Annulering

Als een overeenkomst wordt geannuleerd door de huurder, dan kan de verhuurder de

volgende annuleringskosten in rekening brengen:

- bij annulering tot de 30e dag (exclusief) voor de dag van verhuur: de aanbetaling met een

maximum van 10% van de huursom;

- bij annulering vanaf de 30e dag (inclusief) tot de 7e dag (exclusief) voor de dag van verhuur:

30% van de huursom;

- bij annulering vanaf de 7e dag (inclusief) tot de 3e dag (exclusief) voor de dag van verhuur:

50% van de huursom;

- bij annulering vanaf de 3e dag (inclusief) tot 1 dag (exclusief) voor de dag van verhuur: 90%

van de huursom;

- bij annulering vanaf minder dan 1 dag voor de dag van verhuur: de volle huursom.

Artikel 8 – Betaling

1. Bij het begin van de huur kan de verhuurder om betaling van een waarborgsom vragen.

2. Zodra de fiets is ingeleverd betaalt de verhuurder de waarborgsom terug. De verhuurder

kan de dan nog openstaande kosten verrekenen.

3. In geval van schade van de verhuurder wordt dit ook met de waarborgsom verrekend. Dit

terugbetalen zal plaatsvinden zodra duidelijk is welk bedrag er over is. Het terugbetalen

gebeurt zeker binnen twee maanden.

4. Als een andere persoon schade van verhuurder heeft veroorzaakt en verhuurder heeft van

deze derde een volledige schadevergoeding hiervoor gekregen, dan wordt de waarborgsom

binnen 14 dagen na het verhaal van de schade terugbetaald. Verhuurder zal zich inspannen

om schade veroorzaakt door derden zo spoedig mogelijk te verhalen. Verhuurder houdt de

huurder op de hoogte van zijn inspanningen.

5. Als de huurperiode binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst begint, dan

kan de verhuurder vooruitbetaling tot 50% van de huur vragen. Tenzij anders is

overeengekomen, moet de huursom onmiddellijk na afloop van de huurperiode betaald

worden. Andere bedragen dienen betaald te worden binnen tien dagen na ontvangst van de

factuur. De huurder dient het verschuldigde bedrag te betalen vóór het verstrijken van de

betalingsdatum. Doet hij dat niet, dan zendt de verhuurder na het verstrijken van die datum

een kosteloze betalingsherinnering en geeft de huurder de gelegenheid binnen veertien

dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering het openstaande bedrag alsnog te

betalen. Als na het verstrijken van de betalingsherinnering nog steeds niet is betaald, is de

verhuurder gerechtigd rente in rekening te brengen vanaf het moment van verzuim. Deze

rente is gelijk aan de wettelijke rente. Door een partij te maken gemaakte gerechtelijke en

buitengerechtelijke kosten om betaling van een schuld af te dwingen, kunnen aan de

wederpartij in rekening worden gebracht. De hoogte van deze kosten is onderworpen aan

(wettelijke) grenzen. Daarvan kan in het voordeel van de huurder worden afgeweken.

Artikel 9 - Verplichtingen huurder

1. De huurder moet netjes met de gehuurde fiets omgaan en zorgen dat hij de fiets gebruikt

zoals dat bedoeld is. Hij moet bijvoorbeeld netjes omgaan met de oplader en regelmatig

opladen. Het is verboden om de fiets te gebruiken op een circuit, of op een terrein

waarvoor de fiets niet geschikt is. De fiets moet altijd op slot gezet worden met de sloten

die zijn meegegeven, zoveel mogelijk aan een vast object.

2. Huurder moet de fiets inleveren in dezelfde staat als hij de fiets heeft ontvangen. Dat

betekent bijvoorbeeld dat de huurder eventuele veranderingen aan de fiets ongedaan moet

maken. Huurder heeft geen recht op vergoeding als hij verbeteringen aan de fiets heeft

gedaan die verwijderd moeten worden.

3. Huurder moet de bagage op de fiets zorgvuldig vastmaken. Er mogen geen volwassenen

achterop, alleen kinderen in een kinderzitje.

4. Huurder moet er op letten dat niet iemand de fiets gebruikt die hiertoe niet in staat is

vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking.

5. Huurder mag de fiets niet doorverhuren.

6. Huurder mag niet met de fiets naar andere landen, behalve België en Duitsland. Als de

verhuurder dit in een schriftelijk afspraak anders regelt, mag de fiets in overeenstemming

met die afspraak ook naar die andere landen toe.

7. Als de fiets kapot is, geldt artikel 10 lid 1 en mag de huurder er niet mee doorfietsen als

dit het erger maakt.

8. Huurder is verplicht om de personen die hij de fiets laat gebruiken te wijzen op de regels

van de verhuur en er op te letten dat deze zich hier ook aan houden.

9. Huurder moet netjes omgaan met de sleutels van de fiets.

Artikel 10 - Instructies voor de huurder

1. Is de fiets zichtbaar kapot, heeft de fiets iets beschadigd, of raakt de fiets vermist, dan

moet huurder deze instructies opvolgen:

- huurder informeert de verhuurder hierover;

- huurder doet dat wat de verhuurder aan hem vraagt;

- huurder geeft uit eigen initiatief of in reactie op een verzoek alle inlichtingen en relevante

documenten aan de verhuurder of aan diens verzekeraar;

- huurder laat de fiets zo achter, dat deze behoorlijk beschermd zal zijn tegen beschadiging

of vermissing;

- het kan zijn dat verhuurder schadevergoeding van iemand anders wil vragen. Het kan ook

voorkomen dat een derde persoon vindt dat verhuurder hem een schadevergoeding moet

betalen en dat verhuurder hier tegen in wenst te gaan. In dit soort gevallen moet huurder

meewerken.

2. Bij vermissing van de fiets is huurder verplicht melding te doen bij de politie ter plaatse.

Artikel 11 - Verplichtingen verhuurder

1. Op het moment dat de verhuurder een (elektrische) fiets aan huurder meegeeft dan heeft

deze de overeengekomen accessoires en specificaties en ook de in Nederland verplicht

gestelde uitrusting. Ook zal de fiets schoon zijn, goed onderhouden zijn en (voor zover bij

verhuurder bekend of kenbaar) in technisch goede staat. Bij een elektrische fiets is de accu

volledig opgeladen.

2. Huurder krijgt kosteloos een upgrade als er geen fiets kan worden meegegeven uit de

afgesproken categorie. Zo’ n upgrade lukt niet wanneer de overeengekomen fiets zich al in

de hoogste categorie bevindt.

3. Op de huurovereenkomst staan telefoonnummers waar huurder zich binnen en buiten

openingstijden kan melden.

4. Er is adequate pechhulp zowel in Nederland als in België en Duitsland. Voor andere landen

geldt pechhulp alleen als partijen hebben afgesproken dat de fiets in deze landen gebruikt

mag worden.

5. Onder adequate pechhulp wordt in ieder geval verstaan dat er vervangend, zoveel mogelijk

gelijkwaardig, vervoer wordt aangeboden door de verhuurder indien een defect aan de fiets

moet worden gerepareerd. De fiets zal meteen gerepareerd worden, tenzij dit in

redelijkheid niet kan. Indien pech het gevolg is van eigen schuld, dan worden de kosten

van de hulp niet door verhuurder vergoed.

6. Verhuurder inspecteert de fiets direct bij inlevering door huurder op eventuele schade.

Dit geldt zowel bij inlevering van de fiets bij de eigen vestiging als bij inlevering van de

fiets op een andere vestiging van dezelfde winkel.

7. In geval van schade aan de fiets in het buitenland zijn de kosten van repatriëring van de

fiets voor rekening van verhuurder, tenzij het tweede lid van artikel 12 van toepassing is.

Artikel 12 - Aansprakelijkheid van de huurder voor schade

1. Huurder is voor schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op het

huurcontract vermelde eigen risico. Bij fietsen is het eigen risico maximaal €150,-, bij

elektrische fietsen maximaal €300,-.

2. Wanneer de schade volgt uit iets wat de huurder in strijd met artikel 9 wel of niet heeft

gedaan, dan moet huurder de schade van verhuurder in principe volledig vergoeden. Een

eerste mogelijke uitzondering hierop is dat huurder bewijst dat dit handelen of nalaten aan

hem niet toegerekend kan worden. Een tweede uitzondering zou kunnen zijn dat het niet

redelijk en billijk is als de huurder alles moet vergoeden.

3. Huurder blijft aansprakelijk voor schade van de verhuurder ontstaan tot het tijdstip waarop

verhuurder feitelijk de fiets heeft geïnspecteerd of heeft laten inspecteren. Verhuurder zal

de fiets bij eerste gelegenheid inspecteren en zal huurder direct informeren als er schade

is ontdekt.

4. Als huurder een andere persoon op de fiets als passagier meeneemt of wanneer huurder

een andere persoon de fiets laat gebruiken, dan is huurder aansprakelijk voor wat deze

personen doen of juist niet doen in overeenstemming met artikel 12 lid 1 en 2 van deze

algemene voorwaarden.

Artikel 13 - Gebreken aan de fiets en aansprakelijkheid van de verhuurder

1. Wanneer huurder aan verhuurder vraagt om gebreken op te lossen, moet verhuurder dit in

principe doen. Dit hoeft niet als een gebrek echt niet verholpen kan worden. Het hoeft ook

niet, wanneer huurder dit redelijkerwijs eigenlijk niet van verhuurder kan vragen, gelet op

het geld dat verhuurder hiervoor zou moeten uitgeven. Als huurder ten opzichte van

verhuurder aansprakelijk is voor het gebrek of voor de gevolgen van het gebrek, hoeft de

verhuurder de gebreken ook niet op te lossen, zelfs al heeft de huurder hier wel om

gevraagd.

2. Wanneer iemand die persoonschade heeft opgelopen deze schade heeft kunnen verhalen

op diens schadeverzekeraar of wanneer zo iemand hier een andere uitkering voor heeft

gekregen, dan is verhuurder niet aansprakelijk voor deze persoonschade.

3. Dat wat in artikel 13 lid 2 staat, gaat echter niet op, als er persoonschade is, terwijl de

verhuurder bij het maken van de huurafspraak van de gebreken wist of had moeten weten,

of terwijl er gebreken zijn ontstaan door opzet of grove schuld van verhuurder.

4. De opgegeven actieradius van een elektrische fiets is niet meer dan een schatting.

Artikel 14 - Schade en reparaties

1. Reparaties aan de fiets zijn voor rekening van verhuurder, tenzij de reparatie het gevolg is

van onzorgvuldig gebruik van de fiets.

2. Pas na toestemming van de verhuurder mag huurder iemand anders dan de verhuurder de

fiets repareren. Verhuurder geeft deze toestemming indien dat in redelijkheid nodig is, gelet

op het gebrek zelf en de andere omstandigheden.

3. Als uitzondering op lid 2 is het huurder toegestaan om voor eigen rekening en risico lekke

banden en lampjes en batterijen van de fietsverlichting te (laten) repareren of vervangen.

Daarvoor is dus geen toestemming van verhuurder nodig.

4. Als de fiets schade heeft tijdens de huurperiode, dan moet huurder de beschadigde fiets

terugbrengen naar de vestiging waar deze gehuurd is. Partijen kunnen bij het melden van

de schade afspreken dat dit op een andere locatie gebeurt.

5. Huurder moet schade aan de fiets zo snel als dit redelijkerwijs mogelijk is bij verhuurder

melden.

6. Indien verhuurder de verhuurde fiets niet tijdig repareert, terwijl verhuurder dat

wel zou moeten doen, dan mag huurder de reparatie zelf (laten) doen en mag

hij om vergoeding van zijn redelijke kosten vragen.

7. Verhuurder is verplicht schade die is ontstaan door een gebrek aan de fiets in

de volgende situaties te vergoeden:

- het gebrek was bij het aangaan van de huurovereenkomst al aanwezig en

verhuurder wist hier van af of had van de gebreken af moeten weten;

- het gebrek zat er toen al, maar verhuurder heeft op het moment van de

afspraak aan huurder gemeld dat de fiets het gebrek niet had;

- het gebrek is ontstaan na het aangaan van de huurovereenkomst, maar is wel

aan verhuurder toe te rekenen.

Artikel 15 - Ontbinding van de huur

1. Verhuurder kan de huurovereenkomst beëindigen en de fiets terugnemen op het moment

dat:

- huurder tijdens de huurperiode een of meer van zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet

volledig nakomt, tenzij dit niet ernstig genoeg is voor een ontbinding;

- huurder overlijdt, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, in staat

van faillissement wordt verklaard of op hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

van toepassing wordt verklaard;

- verhuurder van het bestaan van omstandigheden afweet die van zodanige aard zijn dat

hij als hij hiervan op de hoogte was geweest- de huurovereenkomst niet (op deze wijze)

met huurder zou zijn aangegaan. In dat geval kan verhuurder een vergoeding van kosten,

schade en rente blijven vragen.

2. Huurder zal alle medewerking aan verhuurder verlenen om de fiets terug te geven.

3. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade van huurder als gevolg van ontbinding op

grond van dit artikel.

Artikel 16 - Klachten en Bemiddelingsregeling

1. Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten volledig en duidelijk omschreven

worden ingediend bij verhuurder, op tijd nadat huurder heeft ontdekt dat er naar zijn

mening iets niet goed is gegaan. Is huurder te laat, dan kan deze zijn rechten verliezen.

2. Wanneer blijkt dat huurder niet tevreden is met het resultaat van de klachtafhandeling door

verhuurder geldt het volgende. Huurder kan een geschil binnen zes weken na het ontstaan

voorleggen aan BOVAG Bemiddeling. De bemiddelingspoging gaat volgens een reglement

dat huurder en verhuurder vooraf ter kennis is gebracht. Het adres van BOVAG

Bemiddeling is: Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik. Telnr. 030 - 569 53 95. De klacht moet

wel gaan over de uitlegging of uitvoering van deze algemene huurvoorwaarden. Huurder

kan er uiteraard ook voor kiezen de klacht aan de geschillencommissie voor te leggen.

Artikel 17 - Geschillenregeling

1. Geschillen tussen huurder handelend voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of

beroepsactiviteiten vallen en verhuurder over de totstandkoming of de uitvoering van

overeenkomsten met betrekking tot door verhuurder te leveren of geleverde diensten en

zaken, kunnen, met inachtneming van het hierna bepaalde, zowel door huurder als

verhuurder worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Voertuigverhuur. Adres: De

Geschillencommissie, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag (bezoekadres: Borderwijklaan

46, 2591 XR te Den Haag).

2. Een geschil wordt door de Geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien

huurder zijn klacht eerst tijdig bij verhuurder heeft ingediend. Een geschil ontstaat indien

de klacht van huurder niet naar tevredenheid door verhuurder en/of via de

bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling is opgelost.

3. Leidt de klacht niet tot een oplossing dan moet het geschil uiterlijk 12 maanden na de

datum waarop de huurder de klacht bij de verhuurder indiende, schriftelijk of in een andere

door de Geschillencommissie te bepalen vorm bij deze aanhangig worden gemaakt. Van

een geschil is sprake nadat de klachtafhandeling door verhuurder en/of via de

bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling niet is opgelost.

4. Wanneer de huurder een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is

verhuurder aan deze keuze gebonden. Indien verhuurder een geschil aanhangig wil maken

bij de Geschillencommissie, moet hij huurder vragen zich binnen vijf weken uit te spreken

of hij daarmee akkoord gaat. Verhuurder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het

verstrijken van de voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de rechter aanhangig

te maken.

5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor

haar geldende reglement. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden

krachtens dat reglement bij wege van bindend advies. Het reglement wordt desgevraagd

toegezonden.

Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.

6. Uitsluitend de rechter dan wel de hierboven genoemde Geschillencommissie is bevoegd

van geschillen kennis te nemen.

Artikel 18 - Nakomingsgarantie

1. BOVAG staat garant voor de nakoming van de bindende adviezen door haar leden indien

verhuurder geen gevolg geeft aan het bindend advies, tenzij het lid besluit het bindend

advies binnen twee maanden na de verzending ervan ter toetsing aan de rechter voor te

leggen en het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart in

kracht van gewijsde is gegaan.

2. De garantstelling van BOVAG betreft een door BOVAG uit te keren bedrag van maximaal

€450,- tegen cessie van de vordering van huurder. Bij bedragen groter dan €450,- per

geschil, keert BOVAG onder dezelfde voorwaarden het maximale bedrag van €450,- uit aan

huurder. Voor het meerdere wordt huurder aangeboden om zijn vordering aan BOVAG te

cederen, waarna BOVAG de betaling daarvan zo nodig in rechte zal vragen. BOVAG verbindt

zich in dat geval om geïncasseerde gelden aan huurder over te dragen.

3. De garantstelling bedoeld onder lid 2 geldt niet indien een rechter het bindend advies

vernietigt.

In geval van faillissement, surseance van betaling of bedrijfsbeëindiging van verhuurder

keert BOVAG alleen een bedrag tot maximaal €450,- per geschil uit en geldt de

garantstelling alleen als huurder aan de formele verplichtingen heeft voldaan om het

geschil bij de Geschillencommissie Voertuigverhuur aanhangig te maken voordat van een

dergelijke situatie sprake is.

Artikel 19 - Verwerking van persoonsgegevens van de huurder en van de bestuurder

De persoonsgegevens die worden vermeld op het contract worden door verhuurder als

verantwoordelijke in de zin van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verwerkt in een

persoonsregistratie.

Aan de hand van deze verwerking kan verhuurder uitvoering geven aan deze voorwaarden, de

overeenkomst uitvoeren, huurder of bestuurder optimale service en actuele productinformatie

geven en huurder of bestuurder gepersonaliseerde aanbiedingen doen.

Huurder en bestuurder kunnen om inzage en correctie met betrekking tot de verwerkte

persoonsgegevens verzoeken en verzet aantekenen. Betreft het direct mailing, dan zal een

dergelijk protest steeds worden gehonoreerd.

Artikel 20 - Toepasselijk recht

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing, tenzij op grond van dwingend

recht het recht van een ander land van toepassing is.

Drukversie: juli 2017